Pijn in de rug of nek voelt vaak als één geheel, maar de wervelkolom bestaat uit tientallen kleine gewrichten die elk hun eigen werk doen. Wie weet welk onderdeel de klacht geeft, begrijpt waar de manueel therapeut zijn handen legt.
Facetgewrichten
Achter op elke wervel zitten twee kleine gewrichten die bepalen hoe ver u buigt en draait. Bij facetgewrichten leest u waarom juist die zo vaak op slot schieten.
Tussenwervelschijf
De schijf tussen twee wervels vangt schokken op en verandert met de jaren. Over de tussenwervelschijf leest u wat slijtage betekent en wanneer een uitstulping klachten geeft.
De bovenste nek (C0 tot C2)
De twee gewrichten vlak onder de schedel dragen het hoofd en doen het meeste draaiwerk. Het artikel over de bovenste nek legt uit waarom klachten daar hoofdpijn en een licht hoofd geven.
Gewrichtskapsel en kapselpatroon
Om elk gewricht zit een kapsel dat bij stijfheid in een vaste volgorde beweging inlevert. Lees bij gewrichtskapsel en kapselpatroon hoe de manueel therapeut daaraan een frozen shoulder of heupartrose herkent.
Ribgewrichten en de bovenrug
Elke rib zit met twee gewrichtjes aan een borstwervel vast; een geblokkeerde rib geeft een steek bij diep inademen. Bij ribgewrichten en de bovenrug leest u hoe u het verschil voelt met een spierklacht.







