De diagnose van de manueel therapeut komt niet uit een scan. Het is een optelsom van wat u vertelt en wat hij ziet, voelt en test.
Het gesprek
U vertelt waar de pijn zit, hoe hij begon en wat u er tot nu toe aan hebt gedaan. De manueel therapeut vraagt door: is de pijn scherp of dof, straalt hij uit, wordt u er wakker van, welke bewegingen vermijdt u? Vaak wijst dit gesprek al in de richting van het gewricht dat de klacht veroorzaakt.
Kijken naar houding en bewegen
Daarna staat u op. De manueel therapeut kijkt hoe u staat, loopt, buigt en draait. Hij let op de kant die u ontziet, op een wervel die niet meebeweegt en op een schouder die hoger staat dan de andere.
Gewrichten en spieren testen
Op de behandelbank voelt de manueel therapeut gewricht voor gewricht hoe ver het beweegt en hoe het aanvoelt: soepel, stroef of geblokkeerd. Hij vergelijkt links met rechts en het ene wervelniveau met het andere. Spieren test hij op kracht, lengte en drukpijn. Zo vindt hij het verschil tussen een stijf gewricht en een spier die dat gewricht beschermt.
Zenuwtests bij uitstraling
Straalt de pijn uit naar een arm of been, dan volgen zenuwtests: reflexen, gevoel, kracht en rek op de zenuw. Daarmee ziet de manueel therapeut of een zenuw geraakt is en welke. Dat bepaalt of hij het gewricht mag mobiliseren of dat een andere aanpak verstandiger is.
Screening: is manuele therapie de juiste keuze?
Voor elke behandeling screent de manueel therapeut op signalen waarbij manuele therapie niet de eerste keuze is, bijvoorbeeld kort na een ongeval of bij medicijnen die het bot beïnvloeden. Is daar reden toe, dan hoort u dat meteen en bespreekt hij met u wat wel kan. Maakt u zich zorgen? Neem contact op met de praktijk.