De schouder is het beweeglijkste gewricht van het lichaam. De kop van de bovenarm is groot, de kom van het schouderblad klein en ondiep. Veel bewegingsruimte dus, weinig houvast. Dat houvast komt niet van het bot, maar van het kapsel, de banden en de kleine spieren rond de kop, de rotator cuff.
Het kapsel is een zak van bindweefsel rond het gewricht. Bij een gezonde schouder is die zak ruim en soepel. Wordt het kapsel dikker en stijver, dan verliest u beweging, en dat is precies wat bij een frozen shoulder gebeurt.
De schouder is meer dan het kogelgewricht alleen. Het schouderblad glijdt bij elke armbeweging over de ribben mee; heft u de arm boven het hoofd, dan komt ongeveer een derde van die beweging uit het schouderblad. Het sleutelbeen verbindt het schouderblad met het borstbeen en draait mee. En daarboven zitten de nek en de bovenrug: de zenuwen naar de schouder komen uit de nek, en een stijve bovenrug houdt het schouderblad tegen. Daarom kijkt de manueel therapeut bij schouderklachten altijd naar de hele keten.




