Een tussenwervelschijf lijkt op een autoband met een zachte kern.
De vezelring
De buitenkant is een ring van taaie vezels in vijftien tot twintig lagen die om en om schuin lopen. Die ring houdt de kern op zijn plaats en vangt de trek op bij buigen en draaien. Alleen de buitenste lagen bevatten zenuwuiteinden. Daarom hoeft een kleine scheur diep in de ring niets te doen, terwijl een scheur tot aan de buitenrand flink pijn kan geven.
De kern en de eindplaten
Binnenin zit een kern van gel die voor bijna tachtig procent uit water bestaat. Die kern verdeelt de druk gelijkmatig over de wervel eronder, zoals een waterbed. Bij voorover buigen schuift de kern iets naar achteren, bij achterover buigen naar voren. Boven en onder zit een dun laagje kraakbeen, de eindplaat, dat de schijf aan de wervel bindt. Door die eindplaten sijpelt de voeding de schijf in en uit.




