Een tussenwervelschijf lijkt op een autoband met een zachte kern. Een veer moet u er niet van verwachten. Sten Hofstad in de podcast:
“(…) Dankzij tussenwervelschijven kunnen we bewegen, en het werkt ook een beetje als schokabsorber. Dus als wij heen en weer bewegen, veert het een beetje mee. Maar je moet ook wel echt denken dat het niet echt een trampolinekussen is. Het is een heel stug materiaal.”
Sten Hofstad, praktijkeigenaar van MoveWell, in BeweegBeter #2
De vezelring
De buitenkant is een ring van taaie vezels in vijftien tot twintig lagen die om en om schuin lopen. Die ring houdt de kern op zijn plaats en vangt de trek op bij buigen en draaien. Alleen de buitenste lagen hebben zenuwuiteinden. Een scheurtje diep in de ring voelt u dus niet; een scheur tot aan de buitenrand wel.
De kern en de eindplaten
Binnenin zit een kern van gel die voor bijna tachtig procent uit water bestaat. Die kern verdeelt de druk over de wervel eronder, als een waterbed. Boven en onder zit een dun laagje kraakbeen, de eindplaat, dat de schijf aan de wervel bindt. Daardoorheen sijpelt de voeding in en uit.





