Richtingsvoorkeur: waarom één richting uw rugpijn kan verminderen

Richtingsvoorkeur bij rugpijn betekent dat er één beweegrichting is waarin de pijn afneemt of uit het been terugtrekt naar de rug, en een andere waarin hij erger wordt. Bij lage rugpijn met uitstraling is dat vaak achterover strekken. De manueel therapeut van MoveWell in Hilversum test dat met herhaalde bewegingen en geeft u, als er een voorkeur is, één oefening mee voor elke twee uur.

Wat is een richtingsvoorkeur bij rugpijn?

Stel, u hebt lage rugpijn die tot in de bil of het been trekt. Buigt u tien keer voorover, dan zakt de pijn verder het been in. Strekt u tien keer achterover, dan trekt de pijn terug naar de rug. Dan is strekken uw richtingsvoorkeur: de richting waarin de rug beter reageert, niet per se de richting die op dat moment het prettigst voelt.

Bij de lage rug is strekken de meest voorkomende voorkeur. De gangbare uitleg: de zachte kern van de tussenwervelschijf wordt bij voorover buigen naar achteren gedrukt, richting de zenuw, en bij strekken terug naar het midden. Of het zo letterlijk werkt, is niet bij iedereen bevestigd. Wat wel steeds terugkomt: mensen met een duidelijke voorkeur herstellen sneller als ze in die richting oefenen. Niet iedereen heeft zo’n voorkeur, en dat hoort u na de test eerlijk.

Wat is centralisatie en waarom is het een gunstig teken?

Centralisatie is pijn die zich terugtrekt naar het midden. Uitstraling die eerst tot in de kuit zat, stopt na het oefenen bij de knie, daarna bij de bil, en zit uiteindelijk alleen nog in de rug. De rugpijn mag daarbij tijdelijk iets toenemen, zolang het been rustiger wordt.

Waarom centralisatie goed nieuws is

Onderzoek in verschillende landen volgde mensen met rugpijn en uitstraling. Wie centraliseerde bij herhaalde bewegingen, herstelde beter en had minder vaak een operatie nodig. Beweegt de pijn naar het midden, dan heeft de manueel therapeut een richting om mee te werken.

Het tegenovergestelde

Perifereren is het omgekeerde: de pijn schuift bij een beweging verder het been in. Die richting vermijdt u voorlopig, ook als het op dat moment niet zo erg voelt. Gebeurt het bij elke richting, dan is er geen voorkeur en kiest de manueel therapeut een andere weg.

Hoe test de manueel therapeut de richtingsvoorkeur?

De test bestaat uit herhaalde bewegingen. U staat, en de manueel therapeut vraagt u tien keer voorover te buigen. Hij noteert voor en na de reeks waar de pijn zit, hoe erg hij is en hoe ver u kunt bewegen. Daarna doet u hetzelfde tien keer achterover. Zo nodig herhaalt hij het liggend, op de buik en op de rug, en met zijwaarts schuiven van het bekken.

Wat hij bijhoudt, is vooral de plek van de pijn. Pijn die na strekken uit de kuit verdwijnt maar in de rug wat toeneemt, is een goede uitkomst. Pijn die na buigen verder in het been zit, ook al voelde het buigen lekker, is een slechte uitkomst. De test duurt een kwartier en geeft dezelfde dag een antwoord.

Wat is de McKenzie-methode?

De manier van testen komt van Robin McKenzie, een fysiotherapeut uit Nieuw-Zeeland. In de jaren vijftig zag hij een patiënt met uitstraling die per ongeluk een kwartier achterover op een behandelbank had gelegen en daarna zijn beenpijn kwijt was. Daar bouwde hij een methode op, Mechanische Diagnose en Therapie, die nu wereldwijd wordt onderwezen.

De kern in gewone taal: de rug vertelt zelf welke richting hij nodig heeft, als u herhaald beweegt en bijhoudt wat de pijn doet. De behandeling is daarna vooral een oefening die u zelf doet, met de handen van de behandelaar als hulp waar u zelf niet ver genoeg komt. Niels van der Meulen heeft de McKenzie-cursussen gevolgd en gebruikt de methode bij MoveWell naast de technieken van de manueel therapeut.

Welke oefeningen horen bij een voorkeur voor strekken?

Bij een voorkeur voor strekken bouwt u de oefening in drie stappen op. U gaat pas verder als de vorige stap geen extra beenpijn geeft.

Buiklig

Ga plat op uw buik liggen, armen langs het lichaam, hoofd naar één kant. Blijf twee tot drie minuten liggen en adem rustig. Voor een rug die dagen voorovergebogen stond, is dit al een strekking.

Strekken op de ellebogen

Blijf op uw buik en zet uw onderarmen onder uw schouders, zodat uw bovenlichaam omhoog komt en uw heupen op de grond blijven. Laat de rug doorzakken en blijf twee minuten liggen. Gaat dat goed, zet dan de handen onder de schouders en druk de armen tien keer langzaam strak, met de heupen op de grond en de rug ontspannen. Bovenaan één tel vasthouden, dan terug.

Staand strekken

Voor op het werk of in de auto: voeten iets uit elkaar, handen op de onderrug met de vingers naar beneden, en zo ver mogelijk achterover buigen met gestrekte knieën. Tien keer, elk uur of twee, en altijd na zitten of bukken.

De omgekeerde voorkeur bij een stenose

Bij een vernauwd wervelkanaal, vooral bij ouderen, is de voorkeur vaak andersom: voorover buigen geeft ruimte en strekken maakt het been zwaar. Dan oefent u in buiging: zittend voorover buigen tot de handen bij de grond komen, of liggend de knieën naar de borst trekken, ook tien keer per twee uur. De test bepaalt wat bij u past, niet uw leeftijd.

Hoe vaak doet u de oefening voor uw richtingsvoorkeur?

Wanneer werkt oefenen in één richting niet?

Artrose manuele therapie

Vaak. Tien keer per twee uur is het startpunt, dus zes tot acht keer per dag. Dat is veel, met een reden: de rug staat de rest van de dag in de andere richting, bij zitten, tillen en bukken. Blijft het been na een week of twee rustig, dan bouwt u af naar drie keer per dag en houdt u de staande strekking als gewoonte na lang zitten.

Het werkt niet bij iedereen. Vindt de manueel therapeut geen richting waarin de pijn centraliseert, dan heeft strekken geen zin en is het soms nadelig. Wordt de beenpijn tijdens het oefenen erger, dan stopt u en meldt u het. Bij een deel van de mensen met een hernia is de zenuw zo geprikkeld dat elke richting te veel is; dan begint de manueel therapeut met tractie en komt de test later opnieuw. Bij eenstijve rug zonder uitstraling is de test vaak minder duidelijk; dan werkt hij eerder via het gewricht dat vastzit.

Hoe combineert de manueel therapeut richtingsvoorkeur met mobilisatie?

nekpijn behandeling

De oefening en de handen van de manueel therapeut versterken elkaar. Komt u niet ver genoeg omdat een of twee lendenwervels vastzitten, dan mobiliseert hij die wervels op de behandelbank: rustige, herhaalde druk in de richting van uw voorkeur. Direct daarna herhaalt u de strekoefening en komt u meestal verder. Soms voegt hij een manipulatie toe, na screening en met uw toestemming.

De KNGF-richtlijn lage rugpijn adviseert oefeningen en advies als basis, en manuele therapie als aanvulling wanneer de rug beperkt beweegt. De NVMT-brochure over rugpijn noemt de richtingstest als manier om te bepalen welke oefening bij u past. Amerikaans onderzoek van Audrey Long uit 2004 liet zien dat mensen met een voorkeur die in die richting oefenden, meer vooruitgingen dan mensen die de andere kant op of algemeen oefenden. Meer over de lage rug leest u bij manuele therapie bij lage rugpijn en bij de tussenwervelschijf.

Richtingsvoorkeur testen bij MoveWell in Hilversum

Bij de eerste afspraak doet de manueel therapeut het gewrichtsonderzoek en de richtingstest, en u gaat naar huis met één oefening; bij de tweede afspraak past hij die aan. De meeste mensen merken na één tot drie behandelingen verschil, maar niet iedereen. Lees wat patiënten uit Bussum en Weesp over hun rug zeggen op de ervaringenpagina.

Vergoeding. Manuele therapie wordt vergoed uit de aanvullende verzekering; hoeveel behandelingen hangt af van uw polis. Het eigen risico wordt niet aangesproken. Staat uw aandoening op de chronische lijst, dan vergoedt de basisverzekering vanaf de 21e behandeling; kijk bij tarieven en vergoeding.

Uw behandelaars: Niels van der Meulen en Niels van Laanen, manueel therapeuten MSc bij MoveWell Hilversum. Tekst bijgewerkt september 2026.

Een afspraak maken bij de manueel therapeut in Hilversum

Niels van der Meulen

Manueel therapeut

Niels van Laanen

Manueel therapeut

Veelgestelde vragen over richtingsvoorkeur (McKenzie)

Mag ik achterover strekken als ik een hernia heb?

Vaak wel; bij een hernia met uitstraling is strekken zelfs de meest voorkomende voorkeur. Maar niet altijd: bij een flink geprikkelde zenuw kan strekken de beenpijn erger maken. Laat de manueel therapeut eerst de test doen en begin met de kleinste stap, de buiklig.

Waarom wordt mijn rugpijn erger terwijl mijn beenpijn minder wordt?

Dat is centralisatie en precies de bedoeling. De pijn trekt uit het been terug naar de rug en kan daar tijdelijk iets feller voelen. Zolang het been rustiger wordt, gaat u door. Kunt u de oefening door de rugpijn niet meer maken, bespreek het dan bij de volgende afspraak.

Kan ik de richtingstest zelf thuis doen?

U kunt zelf merken wat tien keer buigen en tien keer strekken met uw pijn doen; dat is nuttige informatie voor de eerste afspraak. De echte test laat u aan de manueel therapeut over: hij ziet ook houding, kracht en reflexen, en herkent het als een richting de pijn verder het been in stuurt.

Helpt de McKenzie-oefening ook bij nekpijn met uitstraling?

Ja, dezelfde manier van testen bestaat voor de nek. Daar is de voorkeur vaak de kin naar achteren schuiven, gevolgd door achteroverbuigen. De manueel therapeut test het met herhaalde bewegingen en combineert de oefening met mobilisatie van de nekwervels, mits de armpijn ervan afneemt.

De rug vertelt zelf welke richting hij nodig heeft

Trekt uw rugpijn door naar het been? Bel 035 760 06 45 of boek online voor de richtingstest. U vindt MoveWell in het souterrain van Medisch Centrum Dudokpark, Hoge Naarderweg 3A in Hilversum. MoveWell Feel Better.

Wilt u een afspraak maken bij MoveWell Manueel therapeut Hilversum?