De meeste mensen die na een operatie bij de manueel therapeut komen, hebben een van deze ingrepen gehad.
Hernia-operatie en laminectomie: ruimte voor de zenuw
Bij een hernia-operatie haalt de chirurg het stuk tussenwervelschijf weg dat op de zenuw drukt. De schijf zelf blijft zitten, met een kleine opening in de buitenrand die in de eerste zes weken sluit; in die tijd is de schijf kwetsbaar voor buigen en draaien onder belasting. Bij een vernauwd wervelkanaal, stenose, haalt hij een stukje van de wervelboog weg om de zenuwen ruimte te geven. Er wordt niets vastgezet, maar de wervel is aan de achterkant iets minder stevig.
Wervels vastzetten: kooi in de nek, spondylodese in de rug
Bij een nekhernia gaat de chirurg meestal via de voorkant van de hals naar binnen, haalt de tussenwervelschijf weg en zet een kooi of een plaatje tussen de wervels. Die twee wervels groeien in drie tot zes maanden aan elkaar vast. In de lage rug worden soms wervels met schroeven en staven vastgezet, een spondylodese. Zo’n niveau beweegt nooit meer; de niveaus erboven en eronder nemen de beweging over en verdienen daarom aandacht.




