Het kapsel om een gewricht wordt in de loop van de jaren stugger, zodat de eindstand van een beweging eerder bereikt is: omkijken in de auto, een jas achter u aantrekken. De tussenwervelschijven verliezen vocht en worden dunner. De wervels komen daardoor iets dichter op elkaar en de facetgewrichten dragen meer belasting.
Op een röntgenfoto heet dat slijtage of artrose. Wat veel mensen niet weten: die slijtage geeft meestal geen pijn. Bij mensen boven de zestig zonder enige rugklacht ziet u bijna altijd slijtage op de foto. De manueel therapeut kijkt daarom niet naar de foto, maar naar wat er beweegt en wat niet.
Stijf is niet hetzelfde als versleten
Stijfheid op latere leeftijd zit vaak in het kapsel en in de spieren eromheen, niet in het bot. Die reageren op beweging, ook op uw tachtigste. Daarom heeft manuele therapie bij ouderen zin.




