Elke sport heeft een eigen zwakke plek in de keten. Dit zijn de vijf sporten die we in Hilversum het meest zien.
Golf: bovenrug en heupdraai
Een golfswing is een draai van heupen en bovenrug in tegengestelde richting. Draait de bovenrug niet ver genoeg, dan haalt de golfer de rotatie uit de lage rug, die daar niet voor gebouwd is. Draait de voorste heup niet ver genoeg naar binnen, dan gebeurt hetzelfde. De klacht: lage rugpijn na negen holes.
Hockey: lage rug en heup door de gebogen houding
Hockey speelt u voorovergebogen, met de stick laag bij de grond. Zeventig minuten lang staan de heupen gebogen en de lage rug rond. De heupbuigers worden kort en de facetgewrichten van de onderrug staan te lang in dezelfde stand. De klacht: een rug die na de wedstrijd niet rechtop wil, een stijve heup aan de kant van de voorste voet.
Wielrennen: nek, bovenrug en handen
Op een racefiets is de rug rond en het hoofd geheven om de weg te zien. De bovenrug staat uren in een bocht, de bovenste nekgewrichten uren in strekking, en de druk op de handen komt via polsen en schouders in de nek terecht. De klacht: een nek die na een lange rit niet draait, hoofdpijn vanuit de nek, tintelende handen.
Paardrijden: bekken en lage rug
Op het paard vangt het bekken elke stap op. Beweegt het ene SI-gewricht minder dan het andere, dan slaat de schok scheef door naar de lage rug. Ruiters uit Laren, Blaricum en Eemnes komen met eenzijdige pijn laag in de rug, vooral na de draf.
Hardlopen: heup en SI-gewricht
Hardlopen is duizenden keren dezelfde stap. Strekt een heup niet ver genoeg naar achteren, dan haalt de loper die strekking uit de lage rug en het SI-gewricht. De klacht: pijn in de bil die na een paar kilometer opkomt.