Kijk naar een wervel van opzij. Voorin zit het wervellichaam, dat op de tussenwervelschijf rust. Achterin zit de wervelboog, met links en rechts een klein gewrichtsvlak dat over het vlak van de wervel eronder schuift. Dat is een facetgewricht. Twee per niveau, van de nek tot de lage rug: ongeveer vijftig in totaal.
Zo’n gewricht is gebouwd als een vingergewricht, alleen kleiner dan een nagel. Glad kraakbeen op de vlakken, eromheen een kapsel dat de gewrichtsvloeistof binnenhoudt. Dat kapsel zit vol zenuwuiteinden. Ze melden hoe ver het gewricht openstaat, en ze melden pijn zodra het kapsel te ver wordt opgerekt of te lang wordt samengedrukt.
Hoe zo’n kapsel stijf wordt, leest u bij gewrichtskapsel en kapselpatroon.





