Aan de uiteinden van de botten en aan de wervels zitten groeischijven: zones van kraakbeen waar het bot groeit. Ze sluiten pas rond het zestiende tot achttiende jaar, en tot die tijd zijn ze de zwakste plek in een gewricht. Zwakker dan de pezen en banden die eraan trekken.
Die banden zijn bij kinderen juist soepel. Een gewricht dat vastzit, zien we bij kinderen dan ook minder. Klachten ontstaan eerder doordat spieren en pezen de groei niet bijhouden.
De groeispurt
Tussen het elfde en het vijftiende jaar groeien veel kinderen in korte tijd centimeters. Het bot gaat voorop, spieren en pezen komen later. Een paar maanden zijn kuiten, hamstrings en rugspieren te kort voor het lichaam. Dat geeft trekkende pijn bij sport en een houding die ouders herkennen: hangend, hoofd naar voren. En dan sporten veel kinderen ook nog vier keer per week. Carlien Dirkse van den Heuvel ziet het in de praktijk:
“Ouders zijn ook best wel bezorgd: is dit goed voor zo’n lijf? En dat begrijp ik best wel. Soms denk ik ook wel: zo’n jong lijf, het is volop in ontwikkeling. Hormonaal gebeurt er veel, groeien. En dan ook nog zoveel sporten. (…)”
Carlien Dirkse van den Heuvel (fysiotherapeut bij MoveWell), olympisch kampioen hockey, in BeweegBeter #24
Haar advies in de podcast: soms even terugschakelen en een training rusten. Meer over sport en groei leest u in hockeyblessures in Hilversum en ‘t Gooi.





