Elke rib zit aan de achterkant met twee kleine gewrichtjes aan de wervelkolom vast. Het ene zit op de kop van de rib, tegen de borstwervel. Het andere een paar centimeter verderop, waar de rib tegen het zijuitsteeksel van de wervel ligt. Samen vormen ze een scharnier waarover de rib bij elke ademhaling een stukje omhoog en omlaag draait. Zo’n twintigduizend keer per dag.
Aan de voorkant lopen de bovenste tien ribben via kraakbeen door naar het borstbeen. Zo ontstaat een gesloten ring. Klemt een ribgewricht achter, dan voelt u dat soms voor, langs de rib of naast het borstbeen.





