U hebt twaalf paar ribben, en elke rib zit aan de achterkant met twee kleine gewrichtjes aan de wervelkolom vast. Het ene gewricht zit op de kop van de rib, tegen het lichaam van de borstwervel en de tussenwervelschijf. Het andere zit een paar centimeter verderop, waar de rib tegen het zijwaartse uitsteeksel van de wervel ligt. Samen vormen die twee gewrichtjes een scharnier waarover de rib bij elke ademhaling een klein stukje omhoog en omlaag draait.
Aan de voorkant lopen de bovenste tien ribben via een stuk kraakbeen door naar het borstbeen. Zo ontstaat een gesloten ring: wervel, rib, kraakbeen, borstbeen. Beweegt een ribgewricht achter niet goed, dan voelt u dat soms aan de voorkant, langs de rib of naast het borstbeen.
Elk ribgewricht heeft een kapsel en banden, net als een vinger of een knie, en beweegt ongeveer twintigduizend keer per dag mee met uw ademhaling. Juist daarom voelt u het meteen als het klemt.




