Tussen elke twee wervels zit een tussenwervelschijf: een stevige ring van vezels met een zachte kern. De schijf vangt schokken op en laat de wervels bewegen. Bij een hernia scheurt de ring aan de achterkant een stukje in en puilt de kern naar buiten. Zolang die uitstulping niets raakt, merkt u er weinig van. Drukt hij op de zenuwwortel die daar de wervelkolom verlaat, dan krijgt u pijn langs het verloop van die zenuw.
Het woord hernia zegt dus alleen dat er een schijf uitpuilt, niet hoe erg het is. De meeste hernia’s zitten laag in de rug, bij de onderste twee lendenwervels: een lumbale hernia. Zit hij in de nek, dan heet het een nekhernia. Het mechanisme is hetzelfde, de zenuw loopt alleen naar een arm in plaats van naar een been.
Een hernia ontstaat zelden door een enkele tilbeweging. Vaak is de ring al jaren aan het verzwakken en is dat ene moment van bukken of niezen de druppel.




