De bovenste drie nekwervels, C1 tot en met C3, zitten direct onder de schedel. Ze dragen het hoofd en maken het knikken en draaien mogelijk. Rond die wervels lopen kleine zenuwen die naar het achterhoofd gaan en daar de huid en de spieren verzorgen.
Die zenuwen komen in de hersenstam samen met de gezichtszenuw, de zenuw die pijn uit het voorhoofd, de slaap en de ogen doorgeeft. De hersenen houden die twee bronnen niet goed uit elkaar. Een geprikkeld gewricht of een strakke spier bovenin de nek wordt daardoor gevoeld als pijn in het achterhoofd, die doortrekt naar de slaap of tot achter een oog. Dat heet cervicogene hoofdpijn: hoofdpijn die uit de nek komt.
Herkenbaar is dat de pijn door de dag heen wisselt met de stand van uw nek. Bij nekhoofdpijn is de nek de bron en het hoofd de plek waar u het voelt. Daarom werkt de manueel therapeut bij deze hoofdpijn aan de nek en niet aan het hoofd. Hoe hij nekklachten in het algemeen onderzoekt en behandelt, leest u op de pagina over manuele therapie bij nekpijn.




