De heup is een kogelgewricht, net als de schouder, maar dan andersom gebouwd. De kop van het dijbeen ligt diep in de kom van het bekken, met een rand van kraakbeen eromheen die de kom nog dieper maakt. Daar overheen ligt een stevig kapsel met dikke banden. De heup is gebouwd op stabiliteit: hij draagt bij elke stap uw hele lichaamsgewicht.
Rondom het gewricht zitten de grootste spieren van het lichaam. De bilspieren strekken de heup en houden het bekken recht als u op een been staat. De heupbuigers aan de voorkant trekken het been omhoog. Het kraakbeen in de kom en op de kop vangt de druk op en wordt gevoed door beweging: zonder beweging geen voeding.
De heup werkt nooit alleen. Boven de heup zitten het bekken, het SI-gewricht en de lage rug, eronder de knie. Een stijve heup dwingt de lage rug om meer te draaien. Daarom onderzoekt de manueel therapeut bij heupklachten altijd de hele keten, van lendenwervels tot knie.




