De bovenrug, in medische taal de thoracale wervelkolom, bestaat uit twaalf borstwervels. Aan elke borstwervel zitten links en rechts ribben vast, met kleine gewrichten: de ribgewrichten. Die ribben lopen door naar het borstbeen en vormen samen de borstkas. Elke ademhaling beweegt de ribben iets in die gewrichten, dertien tot twintig keer per minuut, de hele dag door.
Door de borstkas is de bovenrug veel minder beweeglijk dan de nek en de onderrug. Dat is zo bedoeld: de bovenrug beschermt hart en longen en vormt een stevige basis waar nek, schouders en armen vanaf werken. Het nadeel kent u waarschijnlijk al: een deel dat weinig beweegt, wordt snel stijf.
Tussen de borstwervels zitten tussenwervelschijven en facetgewrichten, net als in de onderrug. Ze zijn kleiner en staan schuiner, waardoor de bovenrug vooral goed kan draaien en minder goed kan buigen en strekken. Juist dat draaien en strekken raakt bij beeldschermwerk het eerst kwijt.




