Hilversum en ‘t Gooi zijn hockeyland. HV ‘t Spandersbosch speelt op Sportpark Crailoo, tussen de hei en het bos. HMHC heeft zijn velden aan ‘t Jagerspaadje in Loosdrecht, de Gooische Hockey Club zit in Bussum en de Larensche Mixed Hockey Club in Laren. Hockeyers van clubs als deze zien wij veel in de praktijk. Hun ouders ook.
Carlien Dirkse van den Heuvel kent de sport van binnenuit. Ze is oud-hockeyinternational, olympisch kampioen en voormalig aanvoerder van het Nederlands elftal, en ging als fysiotherapeut mee naar de Olympische Spelen van Tokyo. Vraag haar wat bij amateurs misgaat en ze noemt als eerste de warming-up.
“Senioren komen vaak van hun werk af, die komen op het veld, die lopen twee keer op en neer en dan gaan ze aan de wedstrijd.”
Carlien Dirkse van den Heuvel (fysiotherapeut bij MoveWell), olympisch kampioen hockey, in BeweegBeter #23
Bij senioren gaat het volgens haar nog slechter dan bij de jeugd. Op de sprints die volgen, is het lijf niet voorbereid.
Haar warming-up duurt een kwartier. Drie, vier minuten rustig dribbelen. Dan dynamisch rekken: twee, drie seconden vasthouden, een keer of zes per been. Daarna loopvormen als knieheffen en kruispas, en als laatste wenden en keren om pionnen, van zeventig naar honderd procent. Twintig seconden met het been op het hek hangen noemt ze old school.





