Het kaakgewricht zit vlak voor het oor, links en rechts. Leg een vinger voor uw oor en open de mond: u voelt de kop van de onderkaak bewegen. Het is een bijzonder gewricht, omdat het twee bewegingen tegelijk maakt. Bij het openen van de mond draait de kop eerst als een scharnier, en schuift hij daarna naar voren over een klein heuveltje in de schedel.
Tussen de kop en de schedel ligt een schijfje van kraakbeen dat met de kop meeschuift. Het vangt de druk op en zorgt dat de beweging soepel verloopt. Schuift dat schijfje niet netjes mee, dan hoort of voelt u een knap bij het openen of sluiten. Dat knappen is op zichzelf geen probleem.
Links en rechts werken altijd samen. Zit een kant stroef, dan wijkt de kaak bij het openen naar die kant af.




