Een zenuw is geen strakke kabel. Vanaf het ruggenmerg loopt hij door een opening tussen twee wervels, langs gewrichten en tussen spieren door naar de vingers of de tenen, en op die hele weg moet hij kunnen glijden en rekken. Strekt u uw knie met een gebogen heup, dan schuift de heupzenuw enkele centimeters door zijn omgeving; buigt u uw hoofd naar de borst, dan schuift het ruggenmerg een stukje omhoog.
Een gezonde zenuw doet dat ongemerkt: hij ligt in een glijlaag, heeft eigen bloedvaatjes en wat reserve in lengte. Dat vermogen om te glijden, te rekken en te blijven werken is zijn neurodynamica. Het vak is in de jaren tachtig en negentig uitgewerkt door de Australische fysiotherapeuten David Butler en Michael Shacklock en is nu een vast onderdeel van de opleiding tot manueel therapeut.




