De bovenste nek: waarom de manueel therapeut daar extra voorzichtig is

De bovenste nek is het stuk tussen uw schedel en de tweede halswervel, C0 tot C2, waar de helft van al het draaien van uw hoofd gebeurt. Er zit geen tussenwervelschijf, wel een stelsel van banden en twee slagaders die door de wervels naar de hersenen lopen, en daarom werkt de manueel therapeut hier anders dan lager in de nek. Bij MoveWell in Hilversum onderzoekt hij eerst banden en bloedvaten, kiest daarna meestal zachte mobilisatie en geeft u oefeningen mee tegen hoofdpijn, duizeligheid en stijfheid bij achteromkijken.

Wat is de bovenste nek: atlas en draaier?

Uw nek heeft zeven wervels. De bovenste twee zien er anders uit dan de rest en heten daarom atlas en draaier.

De atlas (C1)

De atlas is een ring van bot zonder wervellichaam. Op die ring rust de schedel, zoals de reus Atlas de wereld droeg. Het gewricht tussen schedel en atlas, C0 tot C1, is gebouwd voor knikken: ja zeggen, de kin intrekken.

De draaier (C2)

De draaier heeft een tand van bot die door de ring van de atlas omhoog steekt. Om die tand draait de atlas, met de schedel erop, als een deur om een scharnier. Het gewricht C1 tot C2 is dus gebouwd voor nee zeggen.

Geen tussenwervelschijf

Tussen schedel, atlas en draaier zit geen tussenwervelschijf; een hernia in de bovenste nek bestaat dus niet. De gewrichten zijn hier gewone gewrichten met kapsel en vloeistof, en het zijn de banden en spieren die alles op zijn plaats houden.

Waarom gebeurt de helft van het draaien in de bovenste nek?

Als u achterom kijkt, komt ongeveer de helft van die beweging uit het gewricht tussen atlas en draaier. De andere helft verdelen de vijf wervels eronder. De bovenste nek is daarmee de beweeglijkste plek van uw wervelkolom, en beweeglijkheid vraagt bewaking.

De banden

Een dwarse band houdt de tand van de draaier tegen de ring van de atlas, zodat de tand niet naar achteren richting het ruggenmerg kan. Twee schuine banden, van de tand naar de schedel, remmen het draaien af. Die banden zijn sterk, maar ze kunnen beschadigen bij een ongeval of verslappen bij aandoeningen zoals reuma. Daarom test de manueel therapeut ze voor hij hier behandelt.

De bloedvaten

Links en rechts loopt een slagader, de wervelslagader, door gaatjes in de zijkanten van de halswervels omhoog. Bij de atlas maakt hij een scherpe bocht om de ring heen en gaat dan de schedel in. Bij ver draaien wordt die bocht aangespannen. Bij gezonde vaten kan dat prima; bij een zwakke vaatwand niet, en daarom hoort een bloedvatscreening bij elk onderzoek van de bovenste nek.

Welke klachten komen uit de bovenste nek?

De gewrichten en spieren van de bovenste nek delen hun zenuwen met het achterhoofd, het voorhoofd en het evenwichtssysteem. Daardoor voelt u een klacht van hier vaak niet in de nek zelf. Hoofdpijn vanuit de nek begint in het achterhoofd en trekt over de schedel naar het voorhoofd of achter een oog, meestal aan een kant. Duizeligheid vanuit de nek is een licht, zwevend gevoel bij het draaien van het hoofd, geen wereld die om u heen draait. Stijfheid bij achteromkijken, bijvoorbeeld bij het inparkeren, wijst op een gewricht tussen atlas en draaier dat niet meer soepel meedraait. Meer daarover leest u op de pagina over hoofdpijn en duizeligheid vanuit de nek. Ook na een whiplash blijft de bovenste nek vaak lang gevoelig.

Hoe onderzoekt de manueel therapeut de bovenste nek?

Het onderzoek van de bovenste nek gaat in drie stappen. Eerst het bewegingsonderzoek. U ligt op uw rug, de manueel therapeut buigt uw hoofd voorover zodat de lagere nek op slot gaat, en draait dan alleen de bovenste nek. Zo meet hij het gewricht tussen atlas en draaier apart. Hij voelt ook per gewricht of het knikken en het zijwaarts kantelen soepel gaan. Dan de bandtests. Met zachte druk op het achterhoofd en op de atlas controleert hij of de dwarse en de schuine banden hun werk doen. Reageert u daarop met duizeligheid, misselijkheid of een raar gevoel in de armen, dan stopt hij en behandelt hij hier niet. Tot slot de bloedvatscreening: vragen over uw gezondheid en medicijnen, bloeddruk en een test in de gedraaide stand van de nek. Hoe die werkt, leest u in het artikel over bloedvatscreening van de nek.

Welke technieken gebruikt de manueel therapeut in de bovenste nek?

Bij de bovenste nek kiest de manueel therapeut bijna altijd voor zachte mobilisatie. U ligt op uw rug, hij houdt uw hoofd in zijn handen en beweegt het gewricht rustig en herhaald tot aan de grens: knikken voor C0 tot C1, draaien voor C1 tot C2. Daarbij hoort werk aan de korte nekspieren onder de schedel, die bij hoofdpijn vanuit de nek bijna altijd strak staan. Een manipulatie, de korte snelle beweging met een knak, doet hij hier alleen na een schone screening en alleen als u er uitdrukkelijk toestemming voor geeft. Vaak kiest hij er liever niet voor, omdat mobilisatie en oefeningen in de bovenste nek doorgaans hetzelfde bereiken.

Welke oefeningen helpen de bovenste nek?

Kin intrekken en langzaam draaien

Artrose manuele therapie

Twee oefeningen zijn genoeg. Ze kosten een minuut en u doet ze een paar keer per dag.

Kin intrekken

Zit rechtop en kijk recht vooruit. Schuif uw kin recht naar achteren, alsof u een onderkin maakt, zonder het hoofd te buigen. U voelt een rek in de bovenste nek. Houd drie tellen vast, laat los, tien keer. Deze oefening ontlast het gewricht tussen schedel en atlas en is de eerste keuze bij hoofdpijn vanuit de nek.

Langzaam draaien

Trek eerst de kin licht in en draai dan het hoofd langzaam naar links tot u weerstand voelt, niet tot pijn. Houd twee tellen vast, kom terug, en draai naar rechts. Vijf keer per kant. Draai nooit met een zwaai en nooit met het hoofd achterover, want dat spant de wervelslagader en de banden onnodig aan.

De manueel therapeut past beide oefeningen aan als een kant duidelijk stijver is. De meeste mensen merken na een tot drie behandelingen verschil, maar niet iedereen. Lees ook wat patiënten uit Laren en Blaricum over hun behandeling zeggen op onze ervaringenpagina.

Wanneer behandelt de manueel therapeut de bovenste nek niet?

nekpijn behandeling

Voorzichtig zijn betekent ook: soms niet behandelen. De manueel therapeut laat de bovenste nek met rust als de bandtests niet goed zijn, als de bloedvatscreening twijfel geeft, kort na een ongeval waarbij de nek nog niet is beoordeeld, bij reuma of een andere aandoening die de banden verzwakt, en bij hoofdpijn die plotseling en heftig begon of anders voelt dan u kent. Dan overlegt hij eerst en bespreekt hij met u wat de beste weg is. Maakt u zich zorgen? Neem contact op met de praktijk.

Bij kinderen, zwangere vrouwen en ouderen met broze botten kiest hij standaard voor mobilisatie en oefeningen, niet voor een manipulatie in de bovenste nek. Meer over de nek als geheel leest u op de pagina over manuele therapie bij nekpijn.

Wat mag u verwachten na behandeling van de bovenste nek?

Na een mobilisatie van de bovenste nek voelt het hoofd meestal lichter en draait het verder. Hoofdpijn vanuit de nek neemt vaak binnen twee tot vier behandelingen af, in combinatie met de oefeningen. Duizeligheid vanuit de nek heeft doorgaans iets langer nodig, vier tot zes weken.

Vergoeding. Manuele therapie wordt vergoed uit uw aanvullende verzekering; het aantal behandelingen hangt af van uw polis. Uw eigen risico blijft buiten schot. Staat uw aandoening op de chronische lijst, dan vergoedt de basisverzekering vanaf de 21e behandeling. De details staan op de pagina tarieven en vergoeding.

Uw behandelaars: Niels van der Meulen en Niels van Laanen, manueel therapeuten MSc bij MoveWell Hilversum. Tekst bijgewerkt september 2026.

Uw bovenste nek laten onderzoeken in Hilversum

Niels van der Meulen

Manueel therapeut

Niels van Laanen

Manueel therapeut

Veelgestelde vragen over de bovenste nek (C0 tot C2)

Is het kraken van de bovenste nek gevaarlijk?

Het risico is klein, maar niet nul, en het zit vooral in de wervelslagader. Daarom manipuleert de manueel therapeut de bovenste nek alleen na een screening van banden en bloedvaten en met uw toestemming, en kiest hij vaak liever voor mobilisatie. Zelf uw nek met een zwaai kraken raadt hij af.

Kan de atlas scheef staan?

Een echte verschuiving van de atlas komt vrijwel alleen voor na een zwaar ongeval en is dan een zaak voor het ziekenhuis. Wat de manueel therapeut wel vaak vindt, is een gewricht tussen atlas en draaier dat aan een kant stijf is. Dat voelt als scheef, maar de wervel staat niet verkeerd; hij beweegt alleen minder.

Hoe weet ik of mijn hoofdpijn uit de nek komt?

Hoofdpijn vanuit de nek zit meestal aan een kant, begint in het achterhoofd, wordt erger bij lang zitten of bij draaien van het hoofd en gaat samen met een stijve nek. Druk op de bovenste nek roept hem op. Migraine en spanningshoofdpijn reageren daar niet op. De manueel therapeut test dit in de eerste afspraak.

Mag ik met duizeligheid vanuit de nek autorijden?

Zolang u alleen een licht, zwevend gevoel hebt bij het draaien van het hoofd en geen echte draaiduizeligheid, is autorijden meestal geen probleem. Draai bij het achteromkijken rustig en gebruik uw spiegels. Wordt u duizelig zonder dat u uw hoofd beweegt, of ziet u dubbel, rijd dan niet en neem contact op met de praktijk.

Zonder verwijzing, meestal binnen een paar dagen terecht

Hoofdpijn vanuit de nek, duizeligheid of moeite met achteromkijken? Bel 035 760 06 45 of boek online. U vindt MoveWell in het souterrain van Medisch Centrum Dudokpark, Hoge Naarderweg 3A in Hilversum, maandag en donderdag open tot 21:00 uur. MoveWell Feel Better.

Wilt u een afspraak maken bij MoveWell Manueel therapeut Hilversum?