Uw nek heeft zeven wervels. De bovenste twee zien er anders uit dan de rest en heten daarom atlas en draaier.
De atlas (C1)
De atlas is een ring van bot zonder wervellichaam. Op die ring rust de schedel, zoals de reus Atlas de wereld droeg. Het gewricht tussen schedel en atlas, C0 tot C1, is gebouwd voor knikken: ja zeggen, de kin intrekken.
De draaier (C2)
De draaier heeft een tand van bot die door de ring van de atlas omhoog steekt. Om die tand draait de atlas, met de schedel erop, als een deur om een scharnier. Het gewricht C1 tot C2 is dus gebouwd voor nee zeggen.
Geen tussenwervelschijf
Tussen schedel, atlas en draaier zit geen tussenwervelschijf; een hernia in de bovenste nek bestaat dus niet. De gewrichten zijn hier gewone gewrichten met kapsel en vloeistof, en het zijn de banden en spieren die alles op zijn plaats houden.




