Naar uw hersenen lopen vier slagaders. Twee daarvan, de halsslagaders, liggen aan de voorkant van de hals; u voelt ze kloppen naast het strottenhoofd. De andere twee zijn de wervelslagaders. Die lopen niet naast de wervelkolom, maar erdoorheen: van de zesde tot de eerste halswervel gaan ze door een gaatje in het zijdeel van elke wervel. Bovenaan maken ze een bocht rond de bovenste nekwervel en gaan ze door de schedelbasis naar binnen, waar ze samen de achterkant van de hersenen van bloed voorzien.
Die route maakt de wervelslagaders gevoelig voor beweging. Bij draaien van het hoofd wordt het vat aan de tegenoverliggende kant een stukje gerekt, vooral in de bocht bij de bovenste twee wervels. Een gezond bloedvat is daarop gebouwd en rekt dagelijks duizenden keren mee. Toch is dit de reden dat de manueel therapeut een nekmanipulatie anders benadert dan een manipulatie van de bovenrug.




